Op 19 september organiseerden het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie (CTID) en islamitisch vrouwencollectief S.P.E.A.K. in de Oranjekerk te Amsterdam een bijeenkomst in het kader van de Europese Dag tegen Islamofobie die elk jaar op 21 september plaatsvindt. De bijeenkomst stond in het teken van de opkomst van extreemrechts, de groeiende normalisering van islamofobe denkbeelden in Nederland en Europa, en de politieke en maatschappelijke gevolgen daarvan. Ook werd aandacht besteed aan de passieve houding van het demissionaire kabinet ten aanzien van de genocide in Gaza. Doel van de bijeenkomst was om inzicht te geven in de huidige politieke context, vormen van islamofobie te duiden en te bespreken hoe politieke partijen zich bij de komende Tweede Kamerverkiezingen kunnen inzetten voor gelijke behandeling en mensenrechten.
De bijeenkomst werd geleid door Roemer van Oordt, politicoloog (Midden-Oostenstudies) en onderzoeker/adviseur bij projectbureau Zasja. Roemer benadrukte het actuele belang van aandacht voor islamofobie. Hij wees op recente incidenten van haat en bedreiging richting moskeeën en op politieke uitspraken die bijdragen aan een negatief beeld van moslims in Nederland. Ook verwees hij naar recente onderzoeken die aantonen dat moslimdiscriminatie in Nederland geen op zichzelf staand verschijnsel is, maar een structureel en genormaliseerd maatschappelijk probleem. Na de opening van Roemer volgden er diverse sprekers.
Anass Koudis – Islamofobie en anti-Palestijns racisme
Anass Koudiss van het Meldpunt Islamofobie laat zien dat een aanzienlijk deel van de meldingen van islamofobie de laatste jaren vaak hand in hand gaat met anti‑Palestijns racisme. Hierin komen veel terugkerende frames naar voren: moslims en Palestijnen worden bijvoorbeeld neergezet als veiligheidsprobleem of als ‘antisemieten die Hamas steunen’. Meld Islamofobie doet hier momenteel onderzoek naar en werkt aan een rapport dat deze verbanden in kaart brengt.
Saida Derrazi
Saida Derrazi (S.P.E.A.K.) benadrukt dat islamofobie niet alleen bij extreemrechts voorkomt, maar dat het een structureel maatschappelijk en politiek vraagstuk is dat overal ter wereld speelt. Ze stelt dat de opmars van islamofobie en racisme onderdeel is van een internationale trend, kijkende naar de steun van Trump aan extreemrechtse bewegingen wereldwijd, een grote fascistische demonstratie in het Verenigd Koninkrijk en de opkomst van de AFD in Duitsland en Front National in Frankrijk. Maar ook in Nederland wordt islamofobie niet beperkt tot extreemrechts; ze zit ingebakken in beleid en instituties. Derrazi roept op om 29 oktober te stemmen voor het respecteren van artikel 1 van de grondwet, en tegen de normalisatie van islamofobie.
Karim Ridwan – De opkomst van extreemrechts en islamofobie in Europa
Karim Ridwan, van de Europese organisatie Collective for Countering Islamophobia in Europe (CCIE), bracht aan het licht dat de meeste meldingen van islamofobie in Europa uit Frankrijk. Hij vertelde over de Franse presidentscampagne van 2022, die gepaard ging met een sterke toename in islamofobe incidenten. De politieke discours werd gekenmerkt door een obsessie met de zogenaamde “islamisering” van de samenleving. Tegelijkertijd werd gesuggereerd dat er een trend is van seperatisme – moslims zouden zich afscheiden van de Franse samenleving. Meer dan 25000 ordecontroles binnen de moslimgemeenschap hebben ervoor gezorgd dat meer dan 800 organisaties, waaronder moskeeën, scholen en verenigingen gesloten of ontbonden werden.
In Frankrijk zijn met name vrouwen slachtoffer van islamofobie. In veruit de meeste gevallen gaat het om institutionele islamofobie, waarbij discriminatie verankerd is in instellingen, wetgeving en beleid. Het aandeel van meldingen waarbij het ging om een interpersoonlijk incident is vele malen kleiner. Er worden meldingen gedaan die variëren van discriminatie, belediging en haatspraak tot intimidatie, fysiek geweld en discriminerende beleidsmaatregelen onder het mom van “radicaliseringsbestrijding”.
Als casus sprak Ridwan over het abaya-verbod op Franse scholen. Kledingstukken als lange jurken, tunieken, coltruien en losse vesten werden ten onrechte beschouwd als religieuze symbolen en werden daarmee verboden, wat leidde tot de oprichting van een ware “kledingpolitie” op scholen. Meisjes werden ondervraagd over hun kledingkeuzes, religieuze overtuigingen en zelfs hun mening over terreuraanslagen. Sommigen werden zelfs gevraagd om zich (gedeeltelijk) uit te kleden om zo te bepalen of hun kleding religieus was. Het CCIE ontving meldingen van trauma’s, schoolfobie en zelfs een zelfmoordpoging.
In de context van de groei van extreemrechtse partijen en de algehele verrechtsing van de politiek in Europa, riep het CCIE op om zich in te blijven zetten tegen islamofobie door te documenteren, ondersteunen en bewustzijn te creëren.
Adem Çatbaş en Haroon Raza – Aangifte tegen Wilders
Strafrechtadvocaten Adem Çatbaş en Haroon Raza hebben namens het leeuwendeel van de Nederlandse moslims aangifte gedaan tegen Geert Wilders vanwege een afbeelding die hij plaatste op X, waarin een lachende blonde vrouw, als symbool voor de PVV, afgebeeld werd naast een boze vrouw met een hoofddoek, volgens Wilders symbool voor de PvdA. Deze uiting op X is in strijd met meerdere artikelen uit het Wetboek van Strafrecht, waaronder het verbod op groepsbelediging en het verbod op aanzetten tot haat, discriminatie of geweld.
Çatbaş lichtte toe waarom deze uiting in strijd is met het Wetboek van Strafrecht, waaronder artikelen die het aanzetten tot haat en discriminatie verbieden. Hij benadrukte de noodzaak om juridisch op te treden tegen politici die racistische en islamofobe boodschappen verspreiden, en om de rechtsstaat actief te verdedigen tegen dit soort uitingen. Raza wees op een verharding van het politieke klimaat. Uitspraken die Wilders begin deze eeuw deed, zouden in de jaren ’90 nog tot veroordelingen hebben geleid. Hij riep de zaal op om assertief te zijn, om op deze manier het tij van islamofobie gezamenlijk te keren.
Martijn de Koning – Institutionele islamofobie
Martijn de Koning, universitair hoofddocent Islam, Politiek en Samenleving aan de Radboud Universiteit, ging in op institutionele vormen van islamofobie en hoe deze kunnen worden bestreden. Als voorbeeld noemde hij de rechtszaak die de Taubah-moskee aanspande tegen de gemeente Veenendaal. De gemeente had de moskee zonder geldige reden onder toezicht gesteld, wat een inbreuk is op artikel 8 uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. De zaak-Taubah is volgens Martijn de Koning geen incident, maar onderdeel van een bredere trend waarin moslimgemeenschappen structureel als veiligheidsprobleem worden behandeld. Tegelijkertijd laat de zaak wel zien dat juridische stappen kunnen lonen, de moskee heeft gelijk gekregen.
Abdou Menebhi – De Tweede Kamerverkiezingen: het tij keren
Tot slot sprak Abdou Menebhi, medeoprichter van het CTID, over het belang van politieke bewustwording en mobilisatie richting de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober. Hij presenteerde het manifest van het CTID, waarin politieke partijen worden opgeroepen om in hun partijprogramma’s punten op te nemen die islamofobie tegengaan. De belangrijkste punten volgens het manifest zijn: islamofobie erkennen als een vorm van racisme, beleid en juridische instrumenten ontwikkelen om islamofobie tegen te gaan en Artikel 1 en internationale verdragen respecteren in partijpunten.
Islamofobie moet worden erkend als een aparte, structurele vorm van racisme, wat vraagt om actieve inzet voor bewustwording, onderwijs en representatie. Politieke partijen kunnen hierbij een belangrijke rol spelen door bij te dragen aan een genuanceerde beeldvorming van moslims, steun te geven aan maatschappelijke en educatieve initiatieven, en aandacht te vragen voor islamofobie in media en publieke communicatie. Daarnaast is het van belang dat er een Nationale Coördinator Islamofobie wordt aangesteld, aangezien beleid tegen islamofobie nu nog onder de portefeuille van de Nationale Coördinator tegen Discriminatie en Racisme valt, terwijl er wel een aparte coördinator is voor antisemitismebestrijding. Ten slotte is het essentieel dat het respect voor Artikel 1 van de Grondwet, dat discriminatie verbiedt, en voor internationale verdragen wordt hersteld, en dat politici zich actief houden aan deze wettelijke en morele verplichtingen.
Lees hier het artikel ‘Melden van moslimhaat heeft zin. We kunnen nooit assertief genoeg zijn’ van onderzoeksjournalist Ewoud Butter over deze bijeenkomst in de Kanttekening.



